Na jaren van onafgebroken groei laat de Nederlandse zzp-markt voor het eerst een daling zien. Nieuwe cijfers tonen aan dat het aantal zelfstandigen in het eerste kwartaal van 2025 is afgenomen, mede door strengere regels rond schijnzelfstandigheid. Tegelijkertijd schuift de invoering van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen verder op, vermoedelijk tot 2030. Deze ontwikkelingen markeren een belangrijk omslagpunt in de arbeidsmarkt: de groei van flexibel werk lijkt zijn hoogtepunt voorbij, terwijl beleidswijzigingen en economische onzekerheid zelfstandigen dwingen hun positie opnieuw te beoordelen.
Groei vlakt af na recordjaar 2024
Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) in Nederland bereikte in 2024 een recordniveau, maar de groei vertraagde aanzienlijk. Eind 2024 stonden ruim 1,77 miljoen zzp'ers ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, een toename van ruim 55.000 ten opzichte van het jaar ervoor. De groei lag echter 44 procent lager dan in 2023. Zowel het aantal starters nam af als het aantal stoppers toe, wat duidt op een afkoelende markt.
Eerste daling zichtbaar in 2025
In het eerste kwartaal van 2025 zette een trendbreuk in: het aantal zzp'ers daalde voor het eerst sinds 2013. In een jaar tijd verdwenen ongeveer 28.000 zelfstandigen uit de statistieken. De belangrijkste oorzaak is de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid, die sinds 1 januari 2025 wordt toegepast. Veel opdrachtgevers huren minder zzp'ers in voor functies die feitelijk in loondienst vallen. Tegelijkertijd stapten duizenden voormalige zelfstandigen over naar een dienstverband, veelal als flexwerker of in een vaste baan.
Het Centraal Planbureau verwacht dat deze trend doorzet: in 2025 zal het aantal zelfstandigen naar schatting met ruim drie procent dalen, gevolgd door een verdere afname in 2026. De economische afkoeling en afnemende arbeidsmarktkrapte versterken deze ontwikkeling.
Sectorale verschillen
De veranderingen zijn niet in alle sectoren gelijk. De grootste aantallen zzp'ers zijn actief in de zakelijke dienstverlening, bouw en zorg. Juist daar is de terugval het duidelijkst merkbaar. In de bouw groeide het aantal zelfstandigen in 2024 nog met twee procent, maar dat was aanzienlijk minder dan in voorgaande jaren. Het aantal stoppers steeg fors, terwijl steeds meer vakmensen overstapten naar loondienst. In de zorgsector nam de uitstroom van zelfstandigen eveneens toe, mede door nieuwe inhuurregels bij zorginstellingen.
Ook in commerciële en dienstverlenende beroepen is sprake van een scherpe daling, terwijl sectoren als cultuur en administratieve dienstverlening nog lichte groei vertonen. Daarmee tekent zich een verschuiving af van uitvoerende beroepen naar kennis- en adviesfuncties binnen het zzp-segment.
Lage verzekeringsgraad en vertraagde invoering verplichte AOV
Ruim 80 procent van de zelfstandigen heeft momenteel geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. De meeste geven aan dat de premies te hoog zijn of dat het risico te laag wordt ingeschat. Om dat gat te dichten, werkt de overheid aan de Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ), een verplichte AOV voor alle ondernemers die voor de inkomstenbelasting als ondernemer gelden.
De beoogde premie ligt rond de 6,5 procent van de winst, met een maximum van circa 170 tot 195 euro per maand. De uitkering bij arbeidsongeschiktheid bedraagt 70 procent van de eerdere winst, tot maximaal het minimumloon. Zelfstandigen met een bestaande particuliere AOV kunnen straks een opt-out aanvragen.
Hoewel aanvankelijk werd uitgegaan van invoering in 2027, is inmiddels duidelijk dat de verplichting niet eerder dan rond 2030 in werking zal treden. Het wetsvoorstel is nog in voorbereiding en moet nog worden behandeld door de Raad van State en beide Kamers.
Nieuwe fase voor zelfstandigenmarkt
De combinatie van handhaving op schijnzelfstandigheid en de aankomende AOV-verplichting markeert een nieuwe fase voor de Nederlandse zelfstandigenmarkt. Na jaren van onafgebroken groei lijkt de sector in 2025 een punt van stabilisatie te bereiken. De komende jaren zullen bepalend zijn voor de mate waarin zelfstandigheid aantrekkelijk blijft in sectoren waar flexibiliteit en ondernemerschap tot nu toe vanzelfsprekend waren.