Starlink: internet uit de ruimte

· 8 min leestijd

Ik heb Starlink thuis. Een schotel ter grootte van een dienblad die praat met satellieten die met 27.000 kilometer per uur overkomen. In dit stuk: hoe dat werkt, wat er technisch opgelost moest worden om het mogelijk te maken, en wat je er als ondernemer mee kunt.

Starlink: internet uit de ruimte

Ik heb Starlink thuis. Niet omdat mijn glasvezel slecht is, maar omdat ik het gewoon wilde meemaken. Een schotel ter grootte van een dienblad op mijn dak die praat met satellieten die met 27.000 kilometer per uur overkomen, en daar komt dan 200 megabit uit. Ik vind dat nog steeds bizar, ook na maanden gebruik.

Dit stuk gaat over hoe dat werkt en wat er allemaal opgelost moest worden om het mogelijk te maken. Aan het eind kom ik bij wat je er als ondernemer mee kunt. Maar eerst de techniek, want die is het verhaal.

Iedereen had het al geprobeerd, en iedereen was mislukt

Satellietinternet is niet nieuw. In de jaren negentig probeerden Teledesic (met geld van Bill Gates), Iridium en Globalstar precies dit: honderden satellieten in een lage baan voor wereldwijd internet. Iridium ging failliet, Teledesic kwam nooit van de grond. De satellieten waren te duur, de lanceringen waren te duur en de ontvangers op de grond waren onbetaalbaar.

Wat wel bestond was internet via geostationaire satellieten op 36.000 kilometer hoogte. Dat werkt, maar het signaal doet er heen en terug ruim een halve seconde over. Bellen voelt als een intercontinentaal gesprek uit 1985, videobellen is hopeloos. Het was iets voor boerderijen in Australië en schepen op zee, niet voor normaal gebruik.

Toen SpaceX in 2015 aankondigde dit opnieuw te gaan proberen, was de reactie in de industrie vooral: succes ermee. Het probleem was niet dat niemand het idee had, het probleem was dat de economie niet klopte. Dat is precies wat SpaceX heeft veranderd.

Overwinning 1: de raket landt weer

Alles begint bij de lanceerkosten. Een satelliet naar een baan brengen kostte traditioneel tienduizenden euro's per kilo, en de raket was na één vlucht schroot. Als je duizenden satellieten wilt lanceren is dat einde verhaal.

SpaceX heeft de Falcon 9 zo gebouwd dat de eerste trap terugkomt en rechtop landt, op een platform op zee of op de lanceerbasis. De eerste keer lukte dat in 2015. Inmiddels worden dezelfde boosters meer dan twintig keer hergebruikt. Op één Falcon 9 gaan tussen de twintig en dertig Starlink-satellieten mee, en SpaceX lanceert er meerdere per week.

Dat is de kern: SpaceX is zijn eigen grootste klant. Ze lanceren Starlink op raketten die ze zelf bouwen, hergebruiken en vliegen. Geen ander bedrijf ter wereld kan dat op dit moment. Daarom kan het constellatiegewijs zo groot worden en daarom kan het betaalbaar zijn.

Overwinning 2: de satelliet als massaproduct

Een traditionele communicatiesatelliet is een handgemaakt apparaat van honderden miljoenen euro's, gebouwd om vijftien tot twintig jaar mee te gaan. Je bouwt er misschien een paar per jaar.

Starlink-satellieten rollen van een lopende band in Redmond, meerdere per dag. Ze zijn plat gebouwd zodat ze als een stapel pannenkoeken in de neus van de raket passen. Ze hebben één zonnepaneel, een ionenmotor op krypton of argon (goedkoper dan het gebruikelijke xenon) en een ontwerp dat na een paar jaar bewust wordt afgeschreven. Een satelliet die kapot gaat of verouderd is, wordt in een lagere baan gestuurd en verbrandt in de atmosfeer. Geen ruimteschroot, geen decennialang oud spul in een baan.

Het gevolg: in maart 2026 stonden er meer dan 10.000 actieve Starlink-satellieten boven ons. Ter vergelijking: voor Starlink bestond, waren er in totaal ongeveer 2.000 werkende satellieten van álle landen en bedrijven samen.

Overwinning 3: de schotel die geen schotel is

Dit is het deel dat ik het mooist vind. Een satelliet op 550 kilometer hoogte komt in een paar minuten van horizon tot horizon. Een klassieke schotel zou hem mechanisch moeten volgen en dan om de paar minuten razendsnel naar de volgende moeten zwenken. Onwerkbaar.

De Starlink-antenne is daarom een phased array: een platte plaat met meer dan duizend kleine antennetjes. Door de fase van het signaal per antennetje iets te verschuiven, richt de plaat de bundel elektronisch, zonder dat er iets beweegt. Je antenne springt van satelliet naar satelliet, ongeveer elke vijftien seconden, en jij merkt er niets van. Het enige motortje zit erin om de plaat bij het opstarten naar het beste deel van de lucht te kantelen.

Phased arrays bestonden al lang, maar in gevechtsvliegtuigen en oorlogsschepen, voor prijzen met zes nullen. SpaceX heeft er een gemaakt die voor een paar honderd euro over de toonbank gaat. Dat is een engineeringprestatie die in de branche ongeveer net zo hard is aangekomen als de landende raket.

Overwinning 4: de satellieten praten met elkaar via lasers

De eerste generatie satellieten moest voor elke verbinding een grondstation in de buurt hebben: jouw data ging omhoog, direct weer omlaag naar een station binnen een paar honderd kilometer, en vandaar het gewone internet op. Midden op de oceaan werkte het dus niet.

De huidige satellieten hebben laserverbindingen onderling. Elke satelliet praat met een aantal buren, met tientallen tot honderden gigabits per seconde, en data kan dus in de ruimte worden doorgegeven tot er een grondstation binnen bereik is. Een schip midden op de Atlantische Oceaan of een onderzoeksstation op Antarctica heeft nu gewoon internet. En omdat licht in het vacuüm van de ruimte sneller reist dan in glasvezel, is een verbinding van Londen naar Singapore via satelliet in theorie zelfs sneller dan via kabel.

Er hangt nu een mesh-netwerk van duizenden knooppunten boven de aarde dat zichzelf routeert. Dat is nooit eerder gebouwd.

Overwinning 5: het regelt zichzelf

Bij 10.000 satellieten kun je niet per stuk mensen laten sturen. Starlink-satellieten navigeren autonoom. Ze houden een baan aan, ontwijken zelfstandig ander ruimtepuin op basis van gegevens van de Amerikaanse ruimtevaartbewaking, en verlagen zichzelf aan het eind van hun leven. Ze voeren met elkaar tienduizenden ontwijkmanoeuvres per half jaar uit zonder dat er een mens aan te pas komt.

Ook het netwerk zelf is dynamisch. Hoeveel capaciteit er boven Nederland hangt verandert per minuut, afhankelijk van welke satellieten waar zijn. Software verdeelt de bundels over de gebruikers eronder. Dat is ook de reden dat snelheden fluctueren: je deelt op elk moment een satelliet met de mensen om je heen.

Wat dit betekent voor wat er nog komt

SpaceX bouwt Starship, een raket die honderd ton naar een baan kan brengen en die in zijn geheel herbruikbaar moet zijn. Daarmee komen veel grotere satellieten, met een veelvoud aan capaciteit per stuk. De snelheden in Europa zijn in een jaar tijd al met zo'n 45 procent gestegen, naar een mediaan rond de 165 megabit. Dat gaat verder omhoog.

Direct to Cell is de andere richting: satellieten die rechtstreeks met een normale telefoon praten, zonder mast. In de VS werkt dat al voor berichten. Het idee dat je nergens ter wereld meer buiten bereik bent, is technisch bijna rond.

Wat je er als ondernemer mee kunt

Het praktische gevolg van al het bovenstaande is simpel: internet is losgekoppeld van de grond. Je hebt geen straatkast, geen wijkcentrale en geen kabel meer nodig. Alleen stroom en zicht op de lucht.

Dat opent dingen die eerder niet konden of maanden wachten kostten:

  • Een bouwkeet, festivalterrein of pop-uplocatie heeft binnen twintig minuten volwaardig internet, waar glasvezel pas over een half jaar zou komen.
  • Een bedrijfspand aan de rand van een industrieterrein, een boerderij of een werf in het buitengebied krijgt dezelfde verbinding als een kantoor in de stad.
  • Wie mobiel werkt (camper, boot, wisselende projectlocaties) neemt de Mini mee: formaat laptop, werkt op 12 volt, klaar in een paar minuten.
  • Een depot, fabriek of buitendienst die op cloudsoftware draait, krijgt een tweede lijn die letterlijk een ander pad neemt dan de kabel in de straat. Niet omdat de kabel slecht is, maar omdat twee onafhankelijke wegen beter is dan één.

De Nederlandse glasvezel is uitstekend, daar verandert dit niks aan. Wat verandert is dat locatie geen argument meer is. Je kunt werken waar je wilt werken.

Eerlijkheidshalve

Het is één bedrijf, met één eigenaar, die prijzen en voorwaarden zelf bepaalt. Astronomen zijn er niet blij mee: zoveel satellieten geven strepen op telescoopbeelden, al werkt SpaceX aan donkere coatings en zonneschermen. En je deelt capaciteit met je omgeving, dus bij drukte merk je dat.

Maar wat er technisch is neergezet, in tien jaar, met een bedrijf dat eerst leerde raketten te laten landen en toen leerde satellieten in massa te produceren, is echt indrukwekkend. Ik vergeet thuis in gebruik dat dit is hoe we ons internet hebben voorzien. Het werkt altijd. De enige keer dat er een storing was, was het vanwege een aantal cm sneeuw op de schotel die na een kwartiertje eraf viel. Ongelofelijk.