In het recente Groot Arbeidsmarktdebat (oktober 2025) spraken de meeste politieke partijen lof over zelfstandigen. Bovib-directeur Bart Smals meldt dat vrijwel alle Kamerleden "de zzp'er een warm hart toedragen" en erkennen dat dit past bij "een groeiende behoefte aan autonomie en flexibiliteit". Ook D66-voorman Hans Vijlbrief benadrukte dat zelfstandigen een vaste rol hebben op de arbeidsmarkt: het verouderde arbeidsrecht met alleen 'werkgever' of 'werknemer' past volgens hem "niet meer bij deze tijd". Tegelijkertijd is er in Den Haag breed verschil van mening over de vraag hoe die waardering moet worden omgezet in wet- en regelgeving.
Belangrijkste wetsvoorstellen en standpunten
De politieke partijen hebben uiteenlopende voorstellen gedaan om het zzp-statuut duidelijker te maken:
- Coalitie-initiatief 'Zelfstandigenwet' (VVD, D66, CDA, SGP): Deze vier partijen presenteerden begin 2025 een nieuw wetsvoorstel (gebaseerd op het Belgische model) dat vastlegt wanneer iemand écht als zelfstandige kan werken. Het plan introduceert o.a. een 'zelfstandigentoets' (kent freelance-ondernemers formeel status), een 'werkrelatietoets' (met vrijheid en verlof als criteria) en een sectoraal rechtsvermoeden voor risicovolle branches. Er komt een toetsingscommissie en zzp'ers moeten zelf zorgen voor pensioen en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen. Volgens initiatiefnemer Thierry Aartsen (VVD) geeft dit zelfstandigen "de erkenning die ze verdienen, een duidelijk wettelijk kader en goede sociale bescherming". SGP'er André Flach benadrukt dat er nu een "groot grijs gebied" is waarin veel zzp'ers opdrachten mislopen, en noemt het voorstel "een grote stap vooruit".
- GroenLinks/PvdA: Deze partijen willen juist strengere kaders. Fractievoorzitter Mariëtte Patijn zei expliciet dat het de bedoeling is dat minder opdrachten naar zzp'ers gaan: "Opdrachten voor zzp'ers moeten ook teruglopen. Wij willen niet dat onverzekerde zelfstandigen zonder pensioenopbouw op een dak werken". Met andere woorden: GL/PvdA zet in op het terugdringen van onzekere (schijn)zelfstandigheid, ook als dat betekent dat opdrachtgevers voorzichtiger worden met zzp-inhuur.
- D66 en BBB: D66 en BBB pleiten voor structurele hervormingen. BBB-voorman Henk Vermeer wil het huidige stelsel "omgooien": elke zzp'er krijgt volgens hem zowel een vangnet als een trampoline, zodat sommige mensen meer vrijheden hebben en anderen meer zekerheid. Vijlbrief (D66) stelt dat zelfstandigen eindelijk een eigen status in de wet moeten krijgen, net als werknemers, met een passende rol in de sociale zekerheid. Dit uitgangspunt zit ook in de voorgestelde zelfstandigenwet.
Kloof tussen intenties en praktijk
Hoewel politici zich positief uitspreken, wijst Smals op een schrijnende kloof met de praktijk. Het beleid rond schijnzelfstandigheid (Wet DBA en nu de Wet VBAR) zorgt momenteel vooral voor onzekerheid en opdrachtenverlies. Veel bedrijven huren uit voorzorg geen zzp'ers meer in, zelfs wanneer dat wettelijk gezien mag. Het doel was schijnconstructies te bestrijden, maar in de uitvoering raken regels "veel ook de echte zelfstandige". Smals verwijst bijvoorbeeld naar een mislukte motie voor een zachte landing bij wetshandhaving: de Kamer wilde rust voor de markt, maar het kabinet weigerde die motie uit te voeren. Dit type spanningen drukt de vraag naar freelance-klussen stevig omlaag.
Zowel brancheverenigingen als Kamerleden vragen nu om meer vertrouwen en minder regels. Smals besluit dat het tijd is beleid te voeren dat "berust op vertrouwen in de flexibele arbeidsmarkt" in plaats van star te controleren. Hij pleit er ook voor om het zzp-dossier breder te trekken dan alleen Sociale Zaken – óók Economische Zaken en Financiën moeten meedenken over een toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid.
Wat betekent dit voor zzp'ers?
De komende kabinetsformatie wordt nu bepalend: de "warme woorden" moeten worden vertaald in concrete wetten. Gaan partijen nieuwe wetgeving zo vormgeven dat freelancers écht meer duidelijkheid en zekerheid krijgen? Volgens de voorzitters van organisaties als VZN en Bovib verdienen zzp'ers erkenning voor hun rol: Cristel van de Ven (VZN) wees er nog eens op dat zelfstandigen vaak juist harder willen werken en meer betrokkenheid tonen omdat "zij de baas zijn over hun eigen leven".
Kortom: de politiek lijkt zich steeds beter te realiseren dat zzp'ers blijven en bijdragen aan groei en flexibiliteit. Tegelijk belooft het beleidsklimaat nog veel veranderingen: naast de Zelfstandigenwet staan mogelijk aanpassingen aan het arbeidsrecht en de sociale zekerheid op stapel. Of die veranderingen de rechten en voorzieningen voor freelancers versterken, zal moeten blijken. Zoals Smals benadrukt: alle partijen zijn het erover eens dat zzp'ers van waarde zijn – nu moet dat ook blijken in het nieuwe beleid.
Belangrijke punten:
- De VVD/D66/CDA/SGP-coalitie werkt aan een Zelfstandigenwet om freelancers wettelijk te verankeren (met criteria á la België).
- GroenLinks/PvdA wil juist minder zzp-werk om risico's voor onverzekerde zelfstandigen te beperken.
- D66 en BBB pleiten voor flinke stelselhervormingen; bijvoorbeeld een eigen statuut voor zzp'ers en een contractneutraal systeem.
- Tot nu toe leiden aanscherpingen als de VBAR vooral tot vraaguitval: opdrachtgevers huurden minder zzp'ers in uit angst voor boetes.
- Branchepartijen wijzen op het belang van vertrouwen en een sociaal stelsel dat recht doet aan flexibele werkers.